Blog

Prinsjesdag 2018: Gaan ze het redden?

woensdag 19 september 2018
 Door Jaap van Ooijen - Fiscalist

 Afbeeldingsresultaat voor prinsjesdag 2018 Prinsjesdag 2018: Gaan ze het redden?
Op Prinsjesdag 2018 heeft minister Hoekstra Het Belastingplan en de overige Prinsjesdagstukken gepresenteerd aan de Tweede Kamer. Het pakket aan maatregelen bestaat met name uit plannen die het kabinet al in het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ heeft aangekondigd,
zij het een aantal in aangepaste vorm. Het pakket bestaat echter ook uit op het laatst ingevoerde vergaande maatregelen. Hierna gaan wij kort in op de belangrijkste fiscale wijzigingen.

1. Inkomstenbelasting: Invoering tweeschijvenstelsel
Er wordt geleidelijk een tweeschijvensysteem ingevoerd in box-1 van de inkomstenbelasting: met ingang van 2021 geldt er voortaan een basistarief van 37,05% en een toptarief van 49,50% voor inkomens van meer dan € 68.507. Hierdoor worden de lasten op arbeid verlaagd, wat (meer) werken aantrekkelijker maakt. De besteedbare inkomens vanaf € 20.000 zullen hierdoor toenemen en het is daarnaast gunstig voor huishoudens met slechts één werkende partner.

2. Inkomstenbelasting: Verlaging tarief aftrekposten
Vanaf 2020 wordt het tarief waartegen aftrekposten in box-1 te gelde gemaakt kunnen worden stapsgewijs afgebouwd naar het basistarief van 37,05%, ingaande per 2023. Het gaat hierbij om de ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, startersaftrek, meewerkaftrek, MKB winstvrijstelling), de terbeschikkingsvrijstelling en de persoonsgebonden aftrek (onderhoudsverplichtingen, specifieke zorgkosten, scholingsuitgaven, monumentenpanden en de aftrekbare giften). Deze maatregel raakt belastingplichtigen die dan in het toptarief vallen.

3. Inkomstenbelasting: Correctie van het box-2 tarief
De door het kabinet reeds voorgestelde verhoging van het box-2 tarief van 25% naar 28,5% in de komende jaren komt er niet helemaal: het kabinet heeft namelijk besloten om het box-2 tarief in twee stappen te verhogen, en wel in 2020 naar 26,25% en in 2021 naar 26,9%. Hierdoor komt het kabinet met name het MKB enigszins tegemoet.

4. Inkomstenbelasting: Beperken voorwaartse verliesverrekening box-2
Het kabinet heeft voorgesteld om de termijn van de voorwaartse verliesverrekening in box-2 eveneens, zoals voor de vennootschapsbelasting is voorgesteld, te verkorten van 9 jaar naar 6 jaar. Dat betekent dat eventuele verliezen in box-2 na 6 jaar niet meer verrekenbaar zijn. Door de huidige 9 jaarstermijn zal dit in 2028 zijn intrede zal doen.

5. Vennootschapsbelasting: Verlaging tarieven
De huidige tarieven in de vennootschapsbelasting bedragen 20% bij winsten tot € 200.000 en 25% daarboven. Voorgesteld is om het lage tarief gedurende 2019 tot en met 2021 stapsgewijs te verlagen naar 16%, zoals reeds aangekondigd was. De stapsgewijze verlaging van het toptarief naar 21% komt er niet helemaal: het toptarief zakt de komende jaren naar 22,25%.

6. Dividendbelasting: Afschaffing en invoering Bronbelasting
Ondanks de vele maatschappelijke protesten en het beperkte draagvlak heeft het kabinet toch besloten om de dividendbelasting per 2020 af te schaffen en een bronbelasting in te voeren op dividenden die uitgekeerd worden aan in een laag-belastende landen gevestigde lichamen en in misbruiksituaties. Mede gezien de verlaagde Vpb tarieven dient Nederland hiermee aantrekkelijk te blijven voor internationale bedrijven, wat de werkgelegenheid ten goede moet komen.  

7. Omzetbelasting: Verhogen van het lage BTW tarief
Het kabinet verschuift de lasten op arbeid naar lasten op consumptie, onder meer door het met ingang van 2019 verhogen van het lage BTW tarief van 6% naar 9%. Hierdoor worden uw dagelijkse boodschappen iets duurder. Onder het lage BTW tarief vallen echter ook de fietsenmaker, de kapper, cultuur en recreatie, alsmede sport, waaronder begrepen zwembaden en sauna’s.

8. Omzetbelasting: Modernisering kleineondernemersregeling (KOR)
Het kabinet wil kleine ondernemers stimuleren en voor hen de administratieve lasten verlichten. Daarom is besloten de huidige KOR aan te pakken en per 2020 om te vormen naar een omzetafhankelijke regeling: het wetsvoorstel gaat uit van een omzetgrens van € 20.000 per jaar. Ondernemers die daaronder blijven hoeven geen omzetbelasting af te dragen en geen aangifte omzetbelasting te doen. Daarnaast hebben zij in tegenstelling tot de huidige regeling voortaan geen recht meer op vooraftrek van omzetbelasting. De ondernemer die onder de gemoderniseerde KOR valt gaat derhalve over van een BTW-belaste ondernemer naar een BTW-vrijgestelde ondernemer.

9. Omzetbelasting: Verruiming van de Nederlandse sportvrijstelling
Om de Nederlandse sportvrijstelling in lijn te brengen met de Europese sportvrijstelling wordt de huidige Nederlandse vrijstelling per 2019 verruimd. Dit heeft met name gevolgen voor de huidige  exploitatie van sportaccommodaties. In het merendeel van de gevallen zal het niet meer mogelijk zijn om deze voortaan nog met BTW te exploiteren, waardoor er eveneens geen recht meer is op vooraftrek van BTW. In het verleden zijn door veel verenigingen hiervoor aparte juridische structuren in het leven geroepen, die straks voor de BTW geen effect meer hebben.
Het Ministerie van VWS zal met ingang van 2019 de ontwikkeling, het onderhoud en de instandhouding van sportaccommodaties stimuleren door middel van een subsidieregeling.

10. Auto van de zaak
Momenteel gelden er twee bijtellingscategorieën voor de auto van de zaak: 4% voor alle auto’s die volledig elektrisch rijden en 22% voor alle overige auto’s. Met ingang van 2019 gaat de bijtelling van 22% gelden voor elektrische auto’s, voorzover de cataloguswaarde meer bedraagt dan € 50.000. Er is derhalve slechts nog voor de eerste € 50.000 fiscaal voordeel voor een elektrische auto. Met ingang van 2021 gaat voor de volledig elektrische auto’s het 22% tarief gelden. Vanaf dan is er geen fiscaal voordeel meer voor een elektrische auto.

11. Fiets van de zaak
Met ingang van 2020 kunnen ondernemers en werknemers eenvoudig een (elektrische) fiets van de zaak gebruiken voor privédoeleinden: de bijtelling voor het privé gebruik bedraagt jaarlijks 7% van de waarde van de fiets.

Tot zover de meest in het oog springende maatregelen uit Het Belastingplan 2019. Helaas is het met bovenstaande meest in het oog springende maatregelen uit Het Belastingplan 2019 nog niet klaar. De twee meest vergaande maatregelen voor directeuren-grootaandeelhouders en hun vennootschappen volgen als uitsmijter hierna. 

12. Vennootschapsbelasting: Beperking afschrijving gebouwen in eigen gebruik
De afschrijving op gebouwen in eigen gebruik in de vennootschapsbelasting wordt verder beperkt: met ingang van 2019 is het alleen nog mogelijk om op deze gebouwen af te schrijven indien de boekwaarde van het gebouw hoger is dan 100% van de Woz-waarde van het gebouw (was voorheen 50%). Stel, in 2018 is uw afschrijving € 20.000 en u kunt in 2019 niet meer afschrijven, dan kost u dat maar liefst € 4.000 aan vennootschapsbelasting!

13. Rekening-courant directeuren-grootaandeelhouders
Om tot een sluitende begroting te geraken, heeft het kabinet op het allerlaatste moment een onverwachte fiscale maatregel genomen, die eenmalig 1,8 miljard euro moet opleveren en daarna jaarlijks 50 miljoen moet opleveren.

De opzet is dat directeuren-grootaandeelhouders met een schuld van meer dan € 500.000 met ingang van 2020 belasting moeten betalen. Het kabinet ziet het overschot boven € 500.000 niet als lening, maar als een uitdeling van de winstreserves, waar box-2 belasting over verschuldigd is.
Er is nog weinig bekend over deze maatregel. De verwachting is dat schulden met de eigen BV die in box-1 vallen, bijvoorbeeld eigen woning schulden, hier niet onder geschaard zullen worden.
Deze maatregel zal een enorme impact hebben en de verwachting is dan ook dat dit veel directeuren-grootaandeelhouders pijn zal gaan doen.

Let wel, het betreffen thans nog voorstellen van het kabinet waar zowel de Tweede Kamer, als de Eerste Kamer nog over moeten stemmen. Gezien de zeer geringe meerderheid van de regeringspartijen in de huidige Kamers (in beide +1 zetel) en de grote maatschappelijke discussie die er thans hierover plaatsvindt, dient een en ander alvorens tot wet te geraken, eerst nog succesvol door de Tweede Kamer en daarna door de Eerste Kamer geloodst te worden.
Met name in de Eerste Kamer kan het nog spannend worden, temeer de volgende verkiezing van de Eerste Kamer 27 mei 2019 plaats zal vinden en de leden van die Kamer doorgaans eigenzinniger zijn.

Uiteraard houden wij u via onze website, onze mailing en via sociale media van deze ontwikkelingen op de hoogte. Voor meer informatie kunt u uiteraard ook altijd contact met ons opnemen.

Met vriendelijke groet,
Jaap van Ooijen
Delen op Facebook Delen op Twitter Delen op LinkedIn

Actueel nieuws

Voortgang vervanging Wet DBA De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgang van
Verkoopkosten deelneming De deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting moet voorkomen dat winsten van een